In het eerste deel van de vierdelige BBC-documentaire 'The Virtual Revolution' wordt het libertijnse karakter van het internet sterk benadrukt. Maar de roots van het wereldwijde web liggen niet bij Californische hippies of verdwaalde wereldverbeteraars op BBS'en. Het Amerikaanse leger creëerde een netwerk zonder centraal knooppunt en wetenschappers legden de eerste bouwstenen van het www. Pas later dienden de hippies en de dotcommers zich aan.
Het libertijnse denken en de nadruk van de Amerikaanse maatschappij op de vrijheden kleurden wel degelijk het web. Maar mensen worstelen vandaag nog met de afwezigheid van een centraal webhoofdkwartier. Een decentraal model schept kansen, maar het gooit ook onze eeuwenoude kijk op onze maatschappij overhoop. Daar hebben zowel de invloedrijke gatekeepers in hun ivoren torens als de grote massa met beperkte inspraak het moeilijk mee. Want nu moeten de eersten zich openstellen voor de tweede groep, terwijl voor hen assertiviteit en mondigheid nog geen evidentie zijn.
Toch zou het zeer jammer zijn, mochten we de uitdaging niet aangaan en onze centraal bestuurde maatschappij omvormen tot een gedecentraliseerde maatschappij. Zeg maar: de technische structuur van het internet als blauwdruk gebruiken voor onze omgang met economie, politiek, energie, informatie en diens meer.
Jeremy Rifkin
Binnenkort komt de econoom Jeremy Rifkin op uitnodiging van Geert Noels naar België. Hij is een expert inzake de economische impact van het klimaatprobleem en energievoorziening. In een zeer boeiende uiteenzetting op Eén Vandaag legt hij uit hoe de internetrevolutie vertaald kan worden naar de energiesector.
Het kernwoord van de huidige ICT-wereld is distributed. Hij denkt daarbij onder andere aan peer to peer-netwerken, Wikipedia, de blogwereld, open source software en YouTube. Iedereen kan een steentje bijdragen en houdt zo het ecosysteem in leven. Volgens Rifkin zal dat gedecentraliseerd model ingang vinden in de energiewereld. Hij noemt het de 'derde industriële revolutie' en een noodzakelijk antwoord op de klimaatveranderingen.
Geen kern- en gascentrales meer gecontroleerd door een handvol machtigen en afhankelijk van grondstoffen uit het buitenland, dus, maar de productie van eigen energie met hernieuwbare en voor iedereen beschikbare grondstoffen, zoals wind, zon of aardwarmte. Slimme netwerken en opslagcapaciteit moeten er voor zorgen dat de opgewekte energie efficiënt wordt gebruikt. De parallellen met een peer to peer-netwerk mogen getrokken worden.
Rifkin kalkt het internetdenken naar de energiesector. Maar ook in de journalistieke wereld vindt het gedecentraliseerd werken ingang. The Huffington Post is een krak in link journalism, maar ook een Aunt Beeb is niet vies van het leggen van hyperlinks naar andere websites, het betrekken van lezers en gebruikers tijdens het journalistiek proces en burgerjournalistiek. Waarmee ze in Londen ook indirect toegeven dat ze niet alles weten.
Zowat alle media hechten veel belang aan sharen via Facebook, Twitter, e-mail, etc en Google. Vaak uit eigenbelang (lees: bezoekers lokken), maar het past ook perfect in de visie van een gedecentraliseerd web. Sommige internauten lezen het web via een RSS-lezer, anderen krijgen tips via hun Facebook-vriendjes of widgets op hun computer en Nu Jij, Digg of Reddit zijn populaire nieuwsbestemmingen, hoewel er geen redacteurs werken.
Met de vulkaanuitbarsting op IJsland doken op de nieuwssites opnieuw oproepen tot getuigenissen op. Een eerste stap naar een gedecentraliseerd nieuwsproces waarbij de lezer ernstig betrokken wordt bij de aanmaak van het nieuwsitem. Want bij de lezer zit veel potentieel, alleen wordt die vandaag niet benut. Uit angst voor het verlies van controle door de redactie, uit vrees voor extreme gedachten of agendasetting. Jammer eigenlijk dat journalisten zo weinig vertrouwen hebben in hun lezers...
Burgerjournalisten
De burgerjournalisten zijn de voorbije maanden naar de achtergrond weggedeemsterd. De hype is voorbij en de media leggen zich nu toe op Twitter en Facebook. Maar intussen blijven ze wel bestaan. Idem dito voor de 'dood verklaarde' weblogs.
Burgerjournalisten en bloggers geven duidelijk aan hoe informatieverwerving, -bewerking en -duiding niet meer enke l het speelterrein is van een elite. Net als de hernieuwbare energiebronnen van Rifkin kan nu ook aan de keukentafel aan journalistiek worden gedaan. Zonder officiële perskaart, zonder dure apparatuur voor uitzending of een ingewikkeld drukprocédé. De journalistieke spelregels blijven wel van belang; maar een goed opgeleid en mediawijs lezer kan snel het kaf van het koren scheiden.
De toegankelijke technologie en het gedecentraliseerd distributiemodel zorgen ervoor dat groepen die vroeger nooit de massa zouden bereiken -vanwege geen vriendjes binnen de omroepen, een saai onderwerp, geen luide stem of onbekendheid, dat nu wel kunnen. Het Antwerpse jongerenpersagentschap StampMedia, waar ik al een aantal keer heb voor gewerkt, kan vandaag jongeren (ook uit kansengroepen) begeleiden in het maken van degelijke journalistieke items en goedkoop een breed én geïnteresseerd publiek bereiken. Zonder het web zou zoiets veel moeilijker zijn. Deze jongeren breken de macht van de elite. En zij zijn niet alleen.
Dit is geen stemadvies. Het is perfect mogelijk dat familie en vrienden aan het andere uiteinde van het spectrum staan. Een puur persoonlijke mening, dus.
De kiescampagne heeft de modale Vlaming amper geboeid. Maar de geformatteerdedebatten, het indhoudsloos over-en-weer geschreeuw en de weinig geloofwaardige 'ik-ga-niet-in-coalitie-met'-uithalen kunnen niet verbergen dat we na zondag in Vlaanderen (en ook in Wallonië en Brussel, maar daar ging het wel over inhoud) met een grondig ander politiek landschap zullen leven.
'De Vlaming denkt links, maar stemt rechts', vatte een politicus tijdens een lokaal debat de paradox samen. Inderdaad, elke Vlaming eist terecht een goede gezondheidszorg, een werkloosheidsuitkering als-ie zonder werk valt, een zorgende overheid en een economisch systeem waar genieten ook mogelijk is. En toch stemt diezelfde Vlaming en masse voor het Vlaams Belang, Lijst Dedecker, N-VA en Open VLD; partijen die de sociale verworvenheden -de een wat fanatieker dan de andere- op de helling willen zetten.
Niet enkel de zogenaamde 'rechtse partijen' zijn in dat bedje ziek. Ook CD&V en sp.a durven al eens uit de toon vallen. Het ophemelen van de interimsector, de dienstenchequesdiarree of de privatisering van de zorgsector zijn daar mooie voorbeelden van.
Uiteraard is niet alles kommer en kwel ter rechterzijde. De vooruitgang door competitie, de nadruk op efficiëntie, het afremmen van de profiteer-maatschappij en de nadruk (bij Open VLD dan toch) op de individuele vrijheden en een meer directe democratie zijn belangrijke pluspunten.
Ik zweef met mijn standpunten wat tussen links en rechts, maar hoor zeker niet in het centrum. Ik heb een zwak voor duidelijke standpunten. Stemtestenallerhande geven me de raad SLP te stemmen. Maar de inzet is ditmaal te groot om op een minipartij te stemmen die niet over de kiesdrempel zal springen.
Mijn lijstje voor zondag
Bij mijn keuze voor een politieke partij laat ik een aantal factoren meespelen. Het programma speelt een rol. Jammer genoeg heb ik niet alle programma's puntje per puntje doorgenomen. Ook perceptie is belangrijk, want het imago van de partij vertelt toch heel wat, is mijn overtuiging. Een overzichtje hoe ik heb bepaald voor wie ik morgen, zondag 7 juni, zal stemmen.
Ik heb een grondige hekel aan de afbrekers onder de politici. Anti alles zijn en intussen een programma annex politieke basis onderdak bieden dat met haken en ogen aan elkaar hangt. Ook een roep naar de tijd van toen staat me niet aan. Vroeger komt weliswaar terug, maar nooit zoals het vroeger was. De 'migranten' gaan het land niet verlaten, olie en uranium zijn uitputbaar en de robots in de fabrieken verdwijnen heus niet. Wen daar aan.
Een positieve kijk naar de toekomst is belangrijk. Te veel partijen teren op de angst van de kiezer en stellen ouderwetse en -inderdaad- vertrouwen wekkende oplossingen voor. Maar de weg vooruit is nooit de gemakkelijkste weg geweest. Vooruitgang vergt inspanningen en 'out of the box'-denken. Teruggrijpen naar vroeger en dagdromen over toen heeft nooit iemand vooruit geholpen. Angst voor wat komen gaat, evenmin. De uitdagingen (economische crisis, ecologische crisis, sociale crisis, politieke crisis en normencrisis) zijn immens groot, maar conservatief de klok terugdraaien; neen.
Programma
Programma's zijn uiteraard belangrijk. Maar elkeen legt zijn eigen accenten. Wat mij bezig houdt, is daarom nog niet belangrijk voor mijn buurman. De zogenaamde 'groene economie' weegt zwaar door in mijn keuze. Geen greenwash, maar een economie die voluit de groene kaart trekt. Dat betekent biolandbouw promoten en de grenzen van energie-efficiëntie aftasten, innoveren met respect voor Moeder Aarde, ontwikkeling bevorderen, geen investeringen in wapens of oorlogen en eerlijke handel tussen Noord en Zuid. Maar ook durven erkennen dat het soms met minder zal moeten en dat groei en winstmaximalisatie niet allesverheerlijkend zijn. Economische groei en vooruitgang blijven evenwel belangrijk.
Een tweede belangrijk thema is de nood aan een maatschappij waar de sterkere wat afstaat om de zwakkere te helpen. Individuele rechten en vrijheden, ja, ook op ethisch vlak, maar geen egoïsme. Kansen voor iedereen, ook de minder sterke burgers. Een kwaliteitsvol onderwijs niet enkel voor de happy few. En een vangnet waar hulp en begeleiding er niet enkel zijn om de statistieken op te smukken.
Opkomen voor de multiculturele samenleving is passé, menen sommige partijen. Ik geloof echter nog steeds in een samenleving waar mensen van allerlei slag, culturen en achtergronden echt met elkaar kunnen samen leven; zonder eenheidsworst te creëeren als noodzakelijke voorwaarde. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om zijn eigen cultuur te beleven, evenwel zonder de andere tegen de borst te stoten en met respect voor andermans kijk op de wereld.
Die houding geldt niet enkel tegenover Polen, Marrokkanen en Congolezen, maar ook vice versa onze eigen landgenoten uit het zuiden. Een staatshervorming is broodnodig. De lijnen tussen federaal en de deelstaten moeten duidelijker, zodat samenvallende verkiezingen niet nodig zijn, maar het land opblazen is geen optie.
Partijen en coalities die een efficiënte overheid uit de grond stampen en verantwoord met 'ons geld' omgaan, wil ik zeker belonen. Jammer genoeg stel ik in het verleden vooral coalities vast die makkelijk cadeautjes uitdelen à la de Jobkorting en geen gezonde begrotingspolitiek kunnen aanhouden.
Mensen uit de regio
Ik stem op mensen, niet op partijen. De particratie in Vlaanderen heeft de eigenheid van elk parlementslid naar de achtergrond gedreven. Slechts enkelingen durven nog tegen de stroom in te varen.
Anders dan een partij, moet je mensen 'kennen' om te weten wie ze zijn. De namen achter wie ik een bolletje rood zal kleuren, heb ik dus al eens aan het woord gehoord, in een debat de juiste toon weten aanslaan of ontmoet op de markt. En ik kon me in hun argumentatie grotendeels terugvinden. Ik 'ken' ze niet, maar het fundament van de keuze is toch wat breder dan 'de mooie ogen van Jean-Jacques De Gucht'.
Ik kies ook voor politici uit mijn regio. Misschien een uiting van een enge kerktorenmentaliteit, maar anderzijds zeker een noodzaak in Zuid-Oost-Vlaanderen. Aalst is de zesde grootste stad van Vlaanderen, maar slaat maar een bleek figuur in vergelijking met de andere centrumsteden. Nochtans zijn de problemen niet min.
In Brakel (Herman De Croo), Zwalm (Bruno Tuybens) en Geraardsbergen (Guido De Padt) is het misschien goed toeven, maar de Denderstreek en de Vlaamse Ardennen verdienen veel beter en kunnen zeker nog investeringen gebruiken.
Gigantische geldstromen vloeien richting Antwerpen omdat politici van het kaliber Kris Peeters en Kathleen Van Brempt hun provincie voortrekken. Logisch ook; hun kiezers wonen er en ze kennen er de situatie het best. Nu is het tijd om ook de stem van zuid-Oost-Vlaanderen in het parlement te laten weerklinken.
Kleur
Ik heb het voor minderheden... Ik geef mijn stem dus ook aan een kleurling (en ze is nog vrouw ook, zo cliché!). Een ministerpost zal ze niet uit de brand slepen, daar is ze nog te onbekend en te jong voor. Later misschien.
Maar waarom toch? Ik ken haar, dat tussen haakjes. Ze heeft een duidelijke kijk op de wereld, dat ook. Voorts, de minderheden in ons land krijgen nog te weinig zichtbaarheid. Ze zijn niet ingeburgerd, klinkt het. Maar ze krijgen ook weinig kansen. Er is een grote nood aan 'andere' voorbeelden dan de stereotype Marrokkaanse handtasdief, de Nigeriaanse pooier en Poolse zwartwerker. Heel wat Vlamingen komen niet in aanraking met migranten. We kunnen elkaar pas beter begrijpen als we wat vaker met elkaar omgaan. Kleur in het parlement -maar ook op tv, bij de ordediensten, achter de kassa van de supermarkt, enzovoort- kan daarbij helpen.
Nogmaals, het is niet zaligmakend, maar zeker een stap in de goede richting.
Strategische keuze
Ik kies ditmaal ook strategisch. De kans is klein dat SLP, waar ik blijkbaar het best mee overeenkom, de kiesdrempel in Oost-Vlaanderen haalt. Ik wil geen verloren stem uitbrengen. Zeker niet met de voorspelling van een rechtse tsunami zondag. Stel je voor, een coalitie tussen CD&V, Open VLD, Lijst Dedecker en/of N-VA... (Yep, sommmige lezers zullen dat de max vinden ;)
Een links alternatief is nodig. Aan het roer als het kan, in de oppositie als het moet.
PS: Neem zeker vóór je gaat stemmen een kijkje op Zetelcarrousel.be. Ik stem niet op politici die zowel op de Europese als de Vlaamse lijst staan. Ik stem ook niet op de 'steuners' die nu al weten dat ze, zelfs verkozen, toch niet zullen zetelen.
Updeet: SLP ipv LSP. Ik verwar die afkortingen altijd. Tsss. Hier en daar ook wat aan de stijl geschaafd.
Luc Van Braekel meldt op zijn Facebook-account trots: "solidair met de hoofdredactie, de directie en de eigenaars van De Morgen". Hij is openlijk blij met de ontslagronde bij De Morgen omdat -kort door de bocht- het de slagkracht van links ondergraaft (en De Persgroep gezond houdt). Zijn goed recht en niet echt verwonderlijk.
Politiek correct
Maar Van Braekel bestempelt op zijn blog het zelfverklaard 'onafhankelijk' dagblad verrassend als een centrumlinkse opiniemaker. Daar is in Vlaanderen overschot aan, stelt hij.
Blijkbaar duikt hij slechts zelden in linkse kringen op, want de onvrede over de koers van de Vlaamse media, en ook 'De Morgen', is er groot. De Noord-Zuidbeweging, de vakbonden, milieugroeperingen, de comités die het opnemen voor mensen zonder papieren, mensenrechtenverenigingen, anders- en antiglobalisten, (klein) linkse partijen, enzovoort; nergens wordt in die geledingen van de maatschappij 'De Morgen', 'De Standaard' of 'Het Laatste Nieuws' bewierookt. Integendeel.
Hij schrijft ook dat 'het linkse verhaal' de norm is. Het etiket politiek correct hoort echter bij het 'rechtse verhaal' van een doorgedreven individualisering, het onderbouwen van het sociaal weefsel en de werknemersvrijheden en het weghalen van de vangnetten voor de sociaal zwakkeren.
"De gematigd rechts-conservatieve onderstroom van de Vlaamse publieke opinie", zoals Van Braekel begin dit jaar op zijn weblog schreef, is het nieuwe politiek correcte denken. Wie daar van afwijkt, wordt de les gespeld, uitgescholden en gekleineerd. Check een doorsnee webforum maar. Of durf jij nog voor stakingsrecht bij de NMBS of De Lijn opkomen, een hogere werkloosheidsvergoeding vragen of extra faciliteiten voor illegalen bepleiten?
Vreemd is overigens de hardnekkigheid van het gegeven dat krantenredacties weinig commerciel zijn ingesteld. Want ze zouden teveel oog hebben voor persvrijheid, kwaliteit en diversiteit in opinies. Quatsch. Journalisten functioneren in een hypercommerciële omgeving en houden daar volop rekening mee. (Potentiële) adverteerders, partners, sponsors en bevriende bedrijven (in de media en elders) wordt de hand boven het hoofd gehouden. Alles wordt gedaan om de concurrenten het leven zuur te maken.
Vandaag bepalen woordvoerders, PR-bureaus, de eindeloze stroom persberichten, Bekende Vlamingen en de salesafdeling van de krant wat gedrukt wordt. De journalist voert aan de lopende band uit en kan -zeker in de krantenwereld- niet verder denken dan enkele uren. Kritisch zeker niet. Geen tijd met dergelijk kleine redacties. Risicovol ook, wetende dat er een hele horde jongeren staat te trappelen om in de journalistiek te gaan.
Geen vreemd schouwspel op een redactie: "Ha, Danone heeft een nieuw product op de markt gebracht, daar moeten we nog snel een stuk uit puren. Joop, kan jij in de Nieuwstraat een paar Vlamingen aan het woord laten. Ik stuur je het persbericht door, dan kan je daar een begeleidend stukje uit halen. Die beslissing in het parlement, duwt dat maar in de kolom."
Of nog: een woordvoerder aan de lijn die zegt "oh, en ik heb nog een primeurtje voor jou". Waarop de journalist trouw de versie van het bedrijf aan de andere kant van de telefoonlijn optekent en uittikt. Het moge duidelijk zijn, een woordvoerder geeft jou geen primeur omdat je elke dag het bedrijf door het slijk haalt.
In de watten
Maar het gaat nog verder. Adverteerders worden in de watten gelegd en krijgen alle vrijheid, hoe schots of scheef hun creatie wel is. De krant ondersteboven drukken? Als er voldoende geld op tafel komt, dan is de uitgever daar wel toe in staat. Zelfs het logo amputeren is voor de meesten geen brug te ver.
De diarree aan bijlages en magazines is er niet omwille van de mooie ogen van de lezers of de interesses van de journalisten. Neen, in de bijlages vormen de artikels het decor voor advertenties of ze moeten goodwill creëeren voor potentiële adverteerders. Idem dito met de 'specials' over bouwen, autosalons en sportwedstrijden. Ook de gratis cd's, de bijgeleverde boeken en stafkaarten horen in dat rijtje thuis. Alles voor het grote geld bij die blijkbaar niet-commercieel ingestelde mediagroepen.
Bovendien wordt het aantal negatieve artikels over de grote jongens à la Media Markt, Telenet of de autosector beperkt. Een vorm van zelfcensuur. De redactie krijgt immers elke dag ingepeperd hoe slecht het wel met de mediasector gaat. Je kan als journalist dan maar beter niet op de lange tenen van de geldverschaffers trappen.
De enigen die aan deze voorkeursbehandeling ontsnappen -en dan nog- zijn politieke partijen en de man in de straat. Het is immers politiek correct om politici als beroepszakkenvullers en ruziemakers te schetsen en een winkeldief; tja, die heeft geen rechten.
Vlaanderen In Actie
Rock Werchter of Pukkelpop afbreken? Neen, dat gaat niet, want je wil je gratis entreetje (en die vijf duotickets die je mag weggeven) voor alle Live Nation-concerten toch niet hypothekeren. Dat gaat ook op voor computerspelletjes, reviews van films en dvd's, auto's en ga zo maar door. De macht van de PR-machine...
Intussen is ook de plaag van publireportages uitgebroken. De adverteerder betaalt voor redactionele ruimte. Gelukkig meestal met vermelding 'publireportage', maar steeds vaker vallen die kleine letters ook weg. Knack bewandelt die schemerzone met zijn vele specials en overgenomen artikels uit partnerbladen, maar ook andere media durven wel eens over de schreef te gaan.
De overheid heeft daar ook een handje van weg. 'Vlaanderen In Actie' is zo'n voorbeeld. De opdracht op het ministerie luidde blijkbaar: het ophemelen van het Vlaamse beleid door 'neutrale' journalisten. Opdracht volbracht, hoor, want op de redacties werd uiteindelijk amper kritisch met VIA omgegaan. De kassa rinkelt intussen.
Ontevreden lezers
"Denk aan de lezer", krijgen journalisten vaak als goede raad. "Maar het mag niet te moeilijk zijn." Ingegeven door dure consultants allerhande wordt het beeld verspreid van een lezer dat een ingewikkeld stuk niet kan verteren.
Ik loop ondertussen heel wat ontevreden lezers tegen het lijf. Toch blijven ze soms de krant kopen, omdat elders hetzelfde potje wordt geserveerd: een mix van inhoudsloze emoverhalen, bij het haar getrokken (BV-)stunts, het buurtstukje, de hype van het moment en opgewarmde persberichten, aangevuld met een groot interview of een analyse om toch de indruk te wekken dat...
Weinig echte, ouderwetse journalistiek, echter.
Ingekapseld
Een opmerkelijk zinnetje in het betoog van Van Braekel:
De beroepsjournalist zit ingekapseld in werknemersstructuren, redactiestatuten, vakbondsstructuren, sectorafspraken en het ons-kent-ons-wereldje van mediamakers en politici.
Ik denk dat de meeste journalisten daar eerlijk gezegd weinig last van hebben. Vakbonden hoor je zelden op een redactievloer, de redactiestatuten -als die al bestaan- zijn er enkel ter versiering, de sectorafspraken spelen vooral een rol als het gaat over het berichten over partner-mediabedrijven of niet (Mijn Restaurant versus De Slimste Mens) en het ons-kent-ons-wereldje; dat is er wel degelijk. Maar het zijn vooral de adverteerders en de commerciële diensten die -vaak indirect- bepalen wat kan en niet kan. Véél meer dan de politieke overtuigingen of de historische zuil waartoe een groep behoorde.
Tuurlijk is het allemaal subtiel en heeft de redactie ook wel zijn vrijheid. Maar beweren dat journalisten wereldvreemde egoïsten zijn, klopt niet. Journalisten weten wel degelijk dat een krant 'een product' is dat verkocht moet worden. Maar het evenwicht is inmiddels zoek. En anders dan bij de banksector zal de overheid niet met miljarden zwaaien als de sector zich tegen de muur te pletter loopt.
(Het betoog van Luc Van Braekel en de blog van ex-De Morgen-journalist Tim F. Van der Mensbrugghe gaven me het duwtje om iets wat ik al langer kwijt wou neer te pennen. Dit is dus geen antwoord op het betoog van Van Braekel; over de toekomstige rol van het internet heb ik het bijvoorbeeld niet.)
Brusselaars zijn geen Walen. Een open deur, maar vandaag bevestigd in een onderzoek (.pdf) van de Brusselse Franstalige universiteit ULB in opdracht van de 'Brusselse' krant Le Soir en de Franstalige openbare zender RTBf.
Walen en Brusselaars schelden elkaar de huid niet vol en kunnen best wel met elkaar opschieten, maar de staatsvorm die ze in een post-Belgiëtijdperk verkiezen, verschilt danig. Een grote minderheid in Brussel wil alleen verder, terwijl de helft van de Walen opteren voor een WalloBrux, een gemeenschappelijke toekomst voor Wallonië en Brussel. Die laatste optie smaakt echter slechts een kwart van de Brusselaars.
Geen Waalse identiteit
De Walen zijn duidelijk aan Brussel gehecht. Een onafhankelijke koers kan op weinig steun rekenen en aanhechting bij Frankrijk vormt voor slechts een op vijf Walen een alternatief voor België.
21% weet niet wat te antwoorden op de vraag "Dans l'hypothèse où la Flandre devient indépendante, que souhaiteriez-vous pour la Wallonie?".
In Brussel weet zelfs een kwart van de ondervraagde Brusselaars niet wat met hun regio moet gebeuren als België barst. Dat zijn er ietsje meer dan de 25,1% ondervraagden die de krachten willen bundelen met Wallonië. Samengaan met Frankrijk is geen optie voor de meeste Brusselaars.
Vlaanderen
Opmerkelijk, slechts 5,1% van de Brusselaars wil zich bij Vlaanderen hechten. Een enorm laag cijfer. Zeker als je weet dat er tussen 10%, 15% Nederlandstaligen (exacte cijfers bestaan niet) in Brussel wonen. Hebben die Nederlandstaligen Vlaanderen massaal de rug gekeerd? En is er ook bij de vele migranten niemand met een hart voor Vlaanderen? Of is de steekproef van 880 Brusselaars onvoldoende representatief?
Een andere opvallende en zorgwekkende vaststelling is de zeer lage score van het Nederlands als tweede landstaal. De Brusselaars en Walen verkiezen nog steeds het Engels boven het Nederlands.
Toch maar WalloBrux
Le Soir, die vaak de kaart trekt van een onafhankelijk Vlaanderen en zowat elke dag de Brusselaars inpepert dat de Vlamingen weinig goeds van plan zijn, zit evenwel met een probleem. De krant is immers een groot pleitbezorger van WalloBrux. Wallonië en Brussel moeten samen de problemen aanpakken; en de Brusselaars spelen daarbij de hoofdrol.
De Brusselse krant is sceptisch als de Brusselaars zelf hun boontjes moeten doppen, hun eigen problemen aanpakken en oplossingen op maat van een kleine wereldstad uitwerken.
Daarom dat Le Soir in een opiniestuk het ontstaan van een Brusselse identiteit, waarbij de Brusselaars een eigen koers varen, als "La vraie mauvaise nouvelle" omschrijft.
Hoofdredacteur Béatrice Delvaux roept de Franstalige politici op om een gemeenschappelijk front te vormen en een gemeenschappelijk plan uit te werken. Ze zegt het niet, maar dat plan moet Wallonië en Brussel samenbrengen. Oog voor de verschillende en zeer diverse noden van Brussel en Wallonië heeft ze dus niet. Een Brussels DC, bijvoorbeeld, is geen optie voor Delvaux.
Daarnaast blijft Delvaux schermen met een Vlaamse onafhankelijkheid; iets dat er niet snel zit aan te komen. En toch laat de hoofdredacteur uitschijnen dat de finale fase van België in september is aangebroken. Alweer wat angst gezaaid bij de Franstaligen...
La vraie mauvaise nouvelle est ailleurs : s'ils s'apprécient, Wallons et Bruxellois n'envisagent pas du tout leur devenir de la même façon en cas d'indépendance flamande : les Bruxellois se voient seuls en district européen, les Wallons se voient unis à Bruxelles. Pas très grave à court terme, mais dès septembre, lorsque la discussion sur la réforme de l'Etat reprendra, il sera à nouveau clair qu'il n'y a pas de projet francophone commun clair à opposer aux exigences d'une Flandre qui se voudra, c'est certain, davantage autonome et identifiée.
Hoe anders ziet Bart Sturtewagen van De Standaard hetzelfde onderzoek:
Het interessante van de peiling van Le Soir/RTBf is nu dat ze laat zien dat de overzijde niet zo monolithisch is als ze lijkt. Zo is de aanhang voor een WalloBrux als opvolger van België een minderheid, in Brussel nog kleiner dan in Wallonië. In de hoofdstad is de liefde voor de Waalse broeders beperkt. Brussel ziet zijn rol eerder internationaal en Europees. Nog boeiender is dat het stilaan begint te dagen dat zelf de hefbomen in handen hebben op de arbeidsmarkt een krachtig effect kan hebben.
Met de Brusselse Staten-Generaal, de creatie van de partij ProBruxel, denktanken à la Aula Magna en kleine, subtiele bewegingen bij sommige Brusselse politici kwam de voorbije maanden de roep voor een Brusselse aanpak van de Brusselse uitdagingen naar boven. Deze studie bevestigt dat een aantal inwoners van onze hoofdstad niet meer bij de pakken willen blijven zitten en zich de les willen laten spellen door Vlaamse of Waalse politici, maar zelf het heft in handen willen nemen.
Yves Desmet, politiek hoofdredacteur bij De Morgen, is nog steeds niet overtuigd van het nut van internet. Tijdens een debat over de mediacrisis in het Brusselse Théâtre National merkte hij op dat hij gelijk heeft gekregen. Ruim vijf jaar geleden was hij fier als een gieter dat De Morgen géén website had en dat het web een uitgever enkel geld kost.
Het internet is oorzaak van alle kwaad. Het wereldwijde web heeft de vergratising van het nieuws in de hand gewerkt en het snelle karakter van het net is de oorzaak van onbetrouwbare informatie en, daarmee gepaard gaand, het dalend vertrouwen in journalisten, zo argumenteert Desmet zijn gelijk.
Slow journalism
Hij leeft ook in de overtuiging dat ernstige journalistiek niet op het net bedreven kan worden. Zo pleit hij voor 'slow journalism' als tegengewicht voor het snel-snel online verspreiden van half gecheckte nieuwsberichten. En die trage, diepgravende journalistiek zou enkel op papier kunnen.
Bij de debatanten waren ook de vertegenwoordigers van de journalistenverenigingen, Martine Simonis en Marc Van de Looverbosch, niet echt happig op internetjournalistiek. Ze blijven vasthouden aan de traditionele media en plaatsen de nieuwe media steevast in een kwaad daglicht.
Een ander geluid bij de Rossel-groep. Bernard Marchant, gedelegeerd-bestuurder van de Franstalige mediagroep, benadrukte dat het web zowel kansen biedt als een uitdaging vormt. Maar net als zijn collega-topman bij Corelio, Thomas Leysen, blijft hij geloven in een betaalmodel "à la iTunes of anders" voor webinformatie.
Ook Yves Desmet vindt dat gratis informatie niet leefbaar is, en gaat zo voorbij aan de successen in het radio- en televisielandschap.
Béatrice Delvaux, hoofdredacteur van Le Soir, had wél oog voor het internet. Haar webredactie vormt een deel van de redactie en is één van de vele schakels in de informatieketting bij Le Soir. Ze weegt af wat online kan, wat een primeur is in de krant, hoe het webnieuws verrijkt kan worden met video of audio, enzovoort.
Maar ook zij ziet het web vooral als "une information de base", terwijl de krant diepgravende journalistiek moet aanbieden. Voorlopig is dat waarschijnlijk grotendeels waar -dat het internet een zeer vluchtig medium is; maar ik geloof dat ook op het web plaats en ruimte is voor journalistiek met hoofdletter J. Een journalistiek die álle troeven van het web uitbuit, gaande van snelheid, over community en interactie tot de talrijke tools voor mashups en dergelijke. Internetjournalistiek, dus.
Delvaux heeft ondanks alles een volwassen kijk op het internet, en ziet het medium niet als een zoveelste boeman voor de Heilige Papieren Krant. Een enorm verschil met haar collega bij De Morgen. (Maar waarschijnlijk speelt het feit dat Demorgen.be niet door de redactie van De Morgen wordt gecoördineerd daar wel een rol in.)
Persfotografie dood verklaard
Naast een emotioneel pleidooi voor haar krant en haar werk als hoofdredacteur (met het nodige gevloek), had Delvaux een minder leuke verrassing in petto. Ze heeft op het debat de persfotografie zo goed als dood verklaard. Ze zou haar kinderen geen carrière als persfotograaf aanraden. De huidige talenten probeeert ze op haar redactie te recuperen als foto- én videojournalist voor de website.
De fotografen is de eerste groep waarop beknibbeld wordt, omdat journalisten foto's kunnen nemen en persagentschappen een eindeloze stroom beelden uitbraken. Delvaux investeert, hoe pijnlijk ze de keuze ook vindt, liever haar geld in een goede journalist in Congo dan in een persfotograaf.
Fierheid
De discussie over de job kwam ook aan bod, maar daar doken geen nieuwigheden op. Journalisten werken hard, verdienen niet zo veel, hebben veel vakantiedagen die ze niet opnemen en worden nu op weinig fatsoenlijke wijze afgedankt. Wat door de uitgevers en hoofdredacteurs tegengesproken werd.
Unisono waren de deelnemers wel over de nood aan waardering voor de job van journalist. "Geef ons onze fierheid terug", besloot Marc Van de Looverbosch.
De Franse langspeelfilm 'Welcome' zet de vluchtelingenproblematiek in de Noord-Franse havenstad Calais opnieuw op de agenda. Met de sluiting van het opvangcentrum in Sangatte verdween het thema even naar de achtergrond, maar de vluchtelingen zijn er nog steeds een realiteit. Ditmaal wordt ook het illegale karakter van hulp aan vluchtelingen gehekeld.
'Welcome', een film van Philippe Lioret met onder andere de Franse acteur Vincent Lindon, vertelt het verhaal van een Koerdische vluchteling uit Irak. Zijn vriendin woont in Londen en hij wil graag bij haar zijn. In Calais klopt hij aan bij een zweminstructeur. De Koerd wil het Kanaal overzwemmen. De zwemleraar leert de man uiteindelijk zwemmen. De Fransman hoopt op die manier ook zijn vrouw terug te winnen.
De film --pas volgende week in de Franse zalen-- prijst het doorzettingsvermogen van de illegalen en de inzet van de vrijwilligers. Tegelijkertijd klaagt de prent de mensonwaardige omstandigheden aan waarin de vluchtelingen moeten leven. Ook hekelt 'Welcome' de gevoelloosheid van de Franse administratie en de juridische onzekerheid van vrijwillige hulpverleners.
Au début, il va aider le jeune Kurde pour de mauvaises raisons. Et puis il va se laisser prendre, comme un apprenti sorcier. Et on arrive à ce truc fou: si demain, vous voulez rendre service à un mec qui n'a pas de papiers, vous tombez sous le coup d'une "aide à personne en situation irrégulière"... Dans quel pays on vit?
Honderden vluchtelingen
Elke maand beproeven honderden illegalen hun geluk. Bestemming: Engeland, het beloofde land.
Eurotunnel, de uitbater van de Kanaaltunnel, tipt elke maand honderd tot tweehonderd keer de politie over illegalen die door de twintig kilometer lange afsluiting proberen te glippen. De douanediensten zoeken met high-techmateriaal naar verstekelingen in containers, vrachtwagens, bestelwagens en personenwagens.
In afwachting van hun grote slag leven de vluchtelingen in de bosjes en op de akkers rond Calais. Plaatselijke vluchtelingenorganisaties proberen de ergste nood te lenigen. En ook de stad draagt zijn steentje bij. Maar een opvangcentrum is er niet.
Vluchtelingen helpen, is niet zonder gevaar. Vincent Lindon, hoofdrolspeler in 'Welcome', in Le Parisien:
Je ne comprends pas qu'il existe un article du Code de l'entrée, du séjour ou du droit d'asile aux étrangers qui dit: Toute personne qui vient en aide à une personne en situation irrégulière est passible de cinq ans de prison.
Eind februari werd in Norrent-Fontes een 59-jarige huisvrouw opgepakt en acht uur opgesloten omdat ze illegalen toestond in haar huis hun gsm op te laden. De rechercheurs gaan verder en denken dat de vrouw ook een rol speelt in een netwerk van mensenhandelaars. Dat wordt door de organisatie Terre d'errance, voor wie de vrouw werkt, ontkend.
In Frankrijk is een illegaal helpen strafbaar. Ook als je daar niets bij wint. Stemmen gaan daarom op om de wet zo te wijzigen dat vrijwilligers de wet niet meer overtreden, maar de Franse regering heeft daar geen oren naar. "Ook zonder winstoogmerk kan je handelen in mensen", zegt migratieminister Eric Besson.
Vichy-aanpak
De film 'Welcome' klaagt net die wet aan. Minister Besson botst overigens niet enkel over die wet met de filmmakers. De minister pikt het niet dat zijn beleid vergeleken wordt met de aanpak van de joden door het Vichy-regime in 1943.
Philippe Lioret a plus que franchi la ligne jaune lorsque, dans une interview à La Voix du Nord, il dit: 'Les clandestins de Calais sont l'équivalent des juifs en 43'. Cette petite musique-là est absolument insupportable. Suggérer que la police française, c'est la police de Vichy, que les Afghans sont traqués, qu'ils sont l'objet de rafles, etc., c'est insupportable.
De minister voelde zich door de hele 'Welcome'-hetze verplicht om eind januari een bezoek te brengen aan Calais. Hij luisterde naar alle betrokken partijen en legde de nadruk op de strijd tegen de mensenhandel. Een nieuw kamp à la Sangatte openen; dat ziet hij niet zitten. Hij geeft wel toe dat de vluchtelingen in erbarmelijke omstandigheden leven --'de jungle' zoals hulpverleners het omschrijven-- en wil daar een mouw aan aanpassen. Maar hoe, is onduidelijk.
Besson wil asielzoekers ook diets maken dat ze in Frankrijk asiel kunnen aanvragen. De informatieverlening wordt verbeterd, zei de minister tijdens zijn bezoek aan Calais. De meeste illegalen dienen geen asielaanvraag in, in de Europese landen die ze doorkruisen. Ze willen zo snel mogelijk Engeland bereiken.
'Welcome' kan voorts rekenen op free publicity vanwege de burgemeester van Calais. Natacha Bouchart is niet opgetogen over de prent. Ze vreest dat de langspeelfilm het imago van Calais zal besmeuren en ze vindt dat de vluchtelingen het zo slecht nog niet hebben.
De illegalen hebben vier maaltijden per dag, een mobiele telefoon en dragen modieuse kledij, weet de burgemeester. Tegelijkertijd geeft ze --contradictorisch-- wel aan dat Calais bij vrieskou vluchtelingen opvangt in een gemeentezaal, onlangs extra toiletten en douches heeft geplaatst en binnenkort meer geld vrijmaakt voor hulpverlening.
Ze verkondigde haar boodschap tijdens een persconferentie. Ze kon het toen niet nalaten om te prikken naar een journalist van Le Nouvel Observateur die Calais enkel zou weten liggen als er een negatief verhaal te rapen valt. De geviseerde journalist, François Reynaert, is nochtans een streekgenoot van Bouchart.
Ce film, je n'ai pas envie de le voir. Car une nouvelle fois, il va donner une image déplorable de la ville et de sa population, les traits vont être forcés. Avec ce film, il va falloir que l'on reprenne de zéro notre travail sur l'image de la ville.
Vous (de journalist van Nouvel Obs, bs) ne pouvez pas comprendre la situation. Pour cela, il faudrait que vous preniez un appartement et restiez six mois à Calais. Vous verrez la difficulté économique lourde de la vile. Que personne ne prend en compte la population calaisienne qui, elle, n'a pas droit à quatre repas par jour. Notre population se sent lésée, car elle est en plus grande difficulté que les migrants. J'en ai croisé aujourd'hui, ils sont bien habillés, ils ont le téléphone, ils ont quatre repas. Et je rappelle qu'ils sont là volontairement, c'est leur choix de vivre dans la rue.
Prompt diende de filmcrew van 'Welcome' de burgemeester van antwoord. Tijdens de filmpremière in Calais vroeg acteur Lindon om voor een andere burgemeester te gaan.
Que faire?, c'est la question que tout le monde se pose. Mais j'ai bien une idée: tant que vous aurez comme maire quelqu'un qui dit que les migrants sont bien habillés et bien nourris, rien ne pourra changer. Il faut commencer par changer de maire.
De film werd door de cinemagangers op gejuich onthaald. De crew kampeerde elf weken in Calais om de film in te blikken. Heel wat inwoners van het kuststadje figureren in de film. De vluchtelingenorganisaties zijn blij dat het thema opnieuw in de aandacht wordt gebracht.
Intussen wordt in de Britse pers de film als 'te positief' omschreven. Ze halen de mosterd bij de Franse grenspolitie in Calais. De politiediensten vrezen dat de film de vluchtelingen als helden portreteert en een verkeerde boodschap de wereld instuurt. "Illegaal de oversteek wagen blijft gevaarlijk. De asielzoekers moeten via de geijkte wegen gaan en niet de wet overtreden", besluit de politiewoordvoerder.
Volgende week in de Franse zalen. Wanneer 'Welcome' in België zal spelen, is niet duidelijk.
De Standaard Online zit volgende week in een nieuw jasje. Sinds begin deze week ronselt het webteam 'betatesters'. Zij moeten de nieuwe webstek een laatste keer op de rooster leggen. Zo'n kans liet ik niet aan mij voorbijgaan.
Ramptest?
De gebruiksvriendelijkheid van een webstek testen bij doorsnee gebruikers, dat kan je alleen maar toejuichen.
Maar hier is toch iets niet helemaal pluis. Het webteam zal de komende dagen gigantische overuren mogen kloppen als het alle feedback van de 250 betatesters wil analyseren, verwerken en uitvoeren.
Misschien is het geen betatest, maar eerder een disaster check... Toch hoop ik dat dit niet enkel een stunt is van een slimme marketeer --misschien wel van het jaar ;)-- op zoek naar free publicity.
Ik ga me niet opwinden over het nieuws dat De Standaard Online brengt, ook niet over de gemiste kansen om échte online journalistiek te bedrijven en de voordelen van online verder uit te buiten. Ze doen het al zeer goed in Groot-Bijgaarden, maar het kan natuurlijk altijd beter.
De Standaard blijft artikels uit de krant en van het persagentschap Belga online pompen, zonder grote aanpassingen aan het specifieke medium 'internet'. Webschrijven brengen ze niet zo vaak in de praktijk.
Het 0-1-7-systeem van algemeen hoofdredacteur Peter Vandermeersch is ook volledig op een krantenomgeving geschreven. Niet op de krachten van een online medium: snelheid, interactie, maar ook achtergrond en verbreding.
We are not unique enough in the content we produce (papers redo TV and radio a day late)
Man vs. Machine
Ik hou me aan het voorliggende ontwerp. De homepage van de nieuwe De Standaard Online is goed uitgewerkt. Op de andere pagina's duiken teveel storende fouten op om ervan uit te gaan dat ze al klaar zijn.
Wat me wel opvalt, is de grote automatisatie. Teksten -want daar draait de website sterk op- worden in templates gedrukt zonder aandacht voor extra's (hyperlink clickable maken, een link leggen onder een e-mailadres, meer tussentitels, kortere paragrafen, etc). Je kan immers niet alles in processen gieten. En hiervoor personeel aanwerven, is --nog-- niet aan de orde. Jammer, maar perfect te begrijpen. Af en toe geeft dat wel (schoonheids)foutjes.
Eerste blik
Leg je de oude webstek naast de nieuwe, dan valt het vele wit op. Tussen de verschillende onderdelen van de website is meer witruimte. Ook het CD&V-oranje werd naar de prullenbak verwezen. Goed zo!
Maar, en dat is dan weer een minpuntje, de nieuwe website is minder contrastrijk. De vette titels zijn weg. Ook de blauwe onderdeeltitels hebben plaats moeten ruimen voor weinig opvallende woorden in kapitalen. Tussen de zinnen is meer ruimte, waardoor de gebalde 'blurbs' vervangen zijn door teasers die minder afgescheiden zijn van de andere teasers.
De horizontale lijnen tussen de artikels zijn eveneens weg. Ook dat komt het onderscheid tussen de verschillende blurbs niet ten goede. Nu is het net alsof alles op elkaar gestapeld is, à la Tetris.
De verticale lijnen dwingen de lezer dan weer om naar beneden te scrollen en belemmeren onbewust het horizontaal scannen van de pagina.
Geschreefde letters
Een zeer belangrijke verandering is de overstap naar geschreefde letters. Eenvoudig uitgelegd: Arial is schreefloos, Times New Roman is geschreefd. Het voordeel van geschreefde letters: woorden worden beter herkend. Maar op het scherm zijn ze moeilijk leesbaar.
Ik ben geen voorstander van geschreefde letters voor lange, uitgesponnen teksten online. Voor titels zijn de geschreefde letters dan weer geen probleem. Maar op DSO zou ik het toch achterlaten om ze te gebruiken. De leesbaarheid wordt er toch niet door verbeterd.
Stijl
Ik ben geen designer, ik ken de laatste trends niet, maar ik betreur de vele stijlen die op de homepage te vinden zijn: titels in allerlei groottes, inleidingen eens cursief, dan weer niet, rubriektitels geschreefd en niet, sommige woorden volledig in hoofdletters, andere niet,...
Overigens, die inleidingen in cursief mogen echt niet! Gelukkig zondigt het webteam niet aan het ellenlang onderlijnen van inleidingen of titels, zoals de collega's van Het Nieuwsblad.
Lees later
Het CD&V-oranje mag dan grotendeels verdwenen zijn, toch blijft het opduiken; als kleur voor 'lees meer', 'lees later' en de hyperlinks. Misschien moet dat oranje ietsje donkerder, want nu valt het amper op. Het is ook moeilijk leesbaar.
Iedereen zal wel weten wat 'lees meer' betekent, maar 'lees later' is niet zo duidelijk. Heel wat mensen zijn niet vertrouwd met het 'lees later'-principe. Uitleg is zeker nodig. En misschien zegt 'bewaar artikel' meer dan 'lees later'. Ik weet het niet, hé.
Het sterretje ('Stem' op de artikelpagina) dat af en toe opduikt is helemaal onduidelijk. Het komt ook niet terug bij het lijstje 'meest aangeraden' rechtsboven, waardoor de link niet onmiddellijk gelegd wordt. Je kan op de ster ook niet klikken voor meer info, of om te weten waarom 3 lezers (zo neem ik aan, of is het een score op 5?) het artikel aanraden.
Een webpagina mag inderdaad niet overladen worden met tutorials allerhande, maar onduidelijke extra's zijn ook geen reclame voor een website.
Nieuws
Opmerkelijk. Op de 'oude' thuispagina van Standaard.be staan 63 mogelijke ingangen naar nieuwsitems. De buttons en wedstrijden heb ik niet meegeteld.
De nieuwe website telt er slechts 43. De tien links verborgen achter tabs in de 'meest aangeraden' en 'meest recent'-lijstjes niet meegeteld, net zomin als de tien links verscholen in 'Niet te missen'. Je moet immers klikken om ze te zien, en dat zullen de meeste lezers niet doen.
Naast de keuze voor minder items, geeft het webteam ook artikels een 'Niet te missen'-cachet. Maar die lijst staat helemaal onderaan de webpagina. Euh... verdienen artikels die je niet mag missen niet een hoger plaatsje op de webpagina?
Bovendien, wat is het nut van vijftien (!) niet te missen artikels als er tien blijkbaar zó belangrijk zijn dat ze verstopt worden in een ingewikkeld bladersysteem.
En, elke dag vijftien artikels vinden die niet te missen zijn, is dat niet wat teveel van het goede? Ik weet wel, elke journalist vindt zijn stuk of creatie super, maar je bent toch niet zo geloofwaardig meer als je --bij wijze van spreken-- de helft van je krant als niet te missen bestempelt.
Recent nieuws
Ik surf elke dag twee, drie keer naar De Standaard Online (soms ook mobiel). Okay, ik besef 'I'm not the audience'. Maar toch ;)
Daarom is het zo jammer dat 'meest bekeken' zo'n prominente plaats krijgt op de homepage, en 'meest recent' niet. Het lijstje meest bekeken artikels is vaak 'oud'. De onderwerpen gaan al enkele uren, dagen mee. Niet zo met de meest recente artikels. Die geven weer dat de nieuwssite leeft op het scherp van de snee en altijd op zoek is naar het laatste nieuws.
Om nu het meest recente nieuws te zien, moet je klikken (en daar houden we niet van).
De Standaard Online plaatst best bij zijn stukken ook het tijdstip bij. In het lijstje van meest recente items, maar ook bij het artikel zelf. Op die manier kan de lezer zelf inschatten hoe 'vers' het nieuws is en kan hij ook afwegen of hij die dertig doden bij een ingestort archief met een korreltje zout moet nemen, of niet.
Het meegeven van een lijstje met correcties, updates, aanvullingen, etcetera is zeker ook de moeite waard. Net als bronvermelding of links naar andere en betere websites. Geef toe dat je het nieuws niet altijd volledig hebt, dat je soms een bericht moet aanpassen. Daar is niets mis mee. Integendeel, het is net de job die je van een ernstige nieuwssite verwacht.
Alleen hoofdredacteurs en collega-journalisten hebben het daar moeilijk mee. Maar de nieuwsstek is er toch niet voor hen?
De plooi
Hmm, dit wordt een zeer lange weblogpost... Anyway, ik moet zeker de verhuis van het menu van de linkerkolom naar boven aanhalen. Die move maakt ruimte vrij voor extra nieuws, maar maakt de kop van de pagina wel zwaarder. En vooral: breder.
Als er advertenties zijn, vrees ik dat je amper iets zal zien 'boven de plooi'. Dat is nu al het geval bij de Lifestyle-rubriek. Een gigantische foto duwt de tekstuele content naar beneden. De foto moet de lezer overhalen om naar beneden te scrollen...
Geen goed idee, me dunkt.
Het menu zelf is overigens veel te complex. Schrijven is schrappen... Ook in menu's. Zijn al die onderdelen echt wel nodig? Ik betwijfel het. En waarom net onder het logo een link naar het archief?
De menustructuur van Standaard.biz, de online financieel-economische poot van De Standaard, zorgt voor nog meer verwarring. Nieuws en opinie duiken hier opnieuw op, maar dan als verwijzing naar economisch getint nieuws en opinie. Een doorsnee lezer kan echter snel de link leggen met de algemene nieuws- en opiniepagina's en teleurgesteld zijn als hij op de link klikt.
De pagina 'In Beeld' is overigens een tegenvaller. Een alleenstaand beeld, that's all...
Abonnee
De Standaard Online heeft nog steeds een betalend gedeelte op de website. Is dit nog prioriteit? Op de homepage vind je er niets van terug, buiten een kleine button hier en daar. Doekt De Standaard Online zijn premiumdienst op, of heeft het andere plannen?
Als het de nieuwssite echt menens is met de betalende service, dan zou je als webteam toch een grote oppervlakte aan de dienst wijden en de lezer meegeven wat hij als abonnee allemaal kan doen: zoeken in het archief, extra interviews en wat weet ik nog allemaal. Maar dat is er niet. Een knop 'Voor abonnees' die vooral de abonnementen van de krant in de verf zet. Niets meer.
Afsluitend
De nieuwe webstek is --anders wat alle bovenstaande zou aangeven-- zeker een stap vooruit. De lay-out is rustiger en meer eigentijds. Er zijn enkele extra's, zoals het later lezen van artikels en het doorgeven van correcties, die je zeker mag toejuichen.
De horizontale menu is ingewikkeld en vergt extra kliks. Maar met een brainstormsessie kan je de ruis uit weghalen. Standaard.biz is moeilijker integreerbaar in de menustructuur.
Het webschrijven zou wat meer doorgang moeten vinden, zoals bijvoorbeeld bij De Tijd het geval is.
Ik ben ook nieuwsgierig hoe groot de impact van advertenties en speciale acties zal zijn. Zolang redactioneel en commercieel strikt gescheiden zijn, heb ik geen problemen met de creativiteit van de commerciële vrienden. Maar of dat zo zal zijn...
Vrouwen hebben halve rechten in Iran. Ze tellen slechts voor de helft mee in de rechtspraak, moeten polygamie ondergaan, hebben de helft waarde van een man als een schadevergoeding betaald moet worden en met hun mensenrechten wordt een loopje genomen.
Nobelprijswinnares Shirin Ebadi schetste een dramatisch beeld van de vrouwenrechten in de Iraanse Islamitische Republiek. Ebadi, te gast als spreker op de eerste lezing van Mo-Magazine, won in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege haar niet aflatende inzet voor de mensenrechten in Iran.
>Maar Iraanse vrouwen die opkomen voor hun rechten worden in Iran veelvuldig de mond gesnoerd. Zeker nu; in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in juni van dit jaar. De overheid in Teheran heeft de strijd tegen dissidente stemmen, waaronder Ebadi, opgevoerd en spaart daarbij het geweld niet.
Opkomen voor vrouwen- of andere mensenrechten wordt gecatalogeerd onder 'bedreiging van de nationale veiligheid'. Een beproefde tactiek, blijkt later uit de uitleg van Karim Lahidji, ondervoorzitter van de Internationale Federatie van Liga's voor Mensenrechten.
Ebadi heeft geen hoge dunk van de presidentsverkiezingen in haar land. De kiesstrijd is georchestreerd en kritische geluiden worden geweerd. Immers, alle kandidaten moeten de zege krijgen van de Raad van Hoeders. Die raad bestaat uit twaalf mannen van wie de helft geestelijken zijn die benoemd door de rahbar, de religieuze leider van Iran, en de andere helft rechtsgeleerden.
De beslissingen van de Raad van Hoeders zijn conservatief. Hervormingsgezinde kandidaten krijgen daardoor geen kans. Criticasters krijgen al helemaal geen uitzicht op een plaats op een stembiljet.
Toch roept Ebadi niet op tot een boycot van de verkiezingen. Ze geeft ook geen kiesadvies. Iedereen is vrij om te kiezen, zegt ze.
Mensenrechten
Tijdens haar lezing in een tot de nok gevuld Kaaitheater in Brussel ging Ebadi vooral dieper in op de mensenrechten in haar land. Of, beter gezegd, het gebrek er aan. Op zowat alle vlakken loopt het mis.
Vrouwen worden niet voor volwaardig aanzien. Een afwijkende mening hebben, wordt niet getolereerd. In het slechtste geval wordt je uit de weg geruimd of zonder proces in de gevangenis gestopt. De straffen zijn middeleeuws: steniging, kruisiging, amputatie, de doodstraf, etcetera. Dit jaar werden al 38 doodstraffen uitgesproken, waarvan twee voor -18-jarigen.
Godsdienstvrijheid bestaat niet. De officiële godsdienst zijn de sjiieten. Daarnaast zijn nog een aantal andere godsdiensten erkend (judaïsme, zoroastrisme, christendom). Maar belijders van andere godsdiensten worden onderdrukt. Dat is onder andere het geval voor baha'is en zelfs de soennieten. Ook volledige bevolkingsgroepen, waaronder de Koeren, worden onderdrukt.
Ook persvrijheid en vrijheid van meningsuiting worden in Iran niet voor vol aanzien. De voorbije vijf jaar werden zo'n 150 kranten gesloten, zegt Ebadi. Het internet wordt gefilterd en afwijkende meningen worden als 'staatsgevaarlijk' omschreven.
De Nobelprijswinnares heeft niet enkel speciale aandacht voor vrouwenrechten. Ze trekt zich ook fel de omgang met de Iraanse kinderen aan. En ook die situatie is eveneens schrijnend.
Ook als kind zijn jongens en meisjes niet gelijk. Meisjes worden als 'volwassenen' berecht vanaf de leeftijd van 9 (!) jaar, terwijl jongens vanaf 15 jaar meerderjarig zijn. Huwen kan voor meisjes vanaf 13 jaar, en voor jongens vanaf 15 jaar.
Vooruitgang boeken
Toch is Ebadi niet pessimistisch. Integendeel, ze stelt vast dat Iran, dat dit jaar de 30ste verjaardag van de Islamitische Republiek viert, de mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties nog steeds onderschrijft, hoewel die wel in de praktijk dode letter blijft.
Daarnaast heeft Iran onder druk van de bevolking een aantal hervormingen doorgevoerd. Zo hebben vrouwen meer in de pap te brokken als moeder van hun kinderen. Maar er moet nog heel wat werk verzet worden.
Waar ze niet in gelooft is de 'Bush-aanpak'. Mensenrechten kunnen niet geïmporteerd worden en worden ook niet met bedreigingen en geweld afgedwongen. Democratie is ook geen geschenk.
Integendeel, het werkt contraproductief. De mensenrechtensituatie in Iran verslechtert op dit ogenblik omdat de Iraanse politieke en religieuze leiders zich afzetten tegen de internationale druk, meent Ebadi. Ze beperken de mensenrechten onder het mom van 'nationale veiligheid'.
De strijd moet vooral door de Iraniërs zelf worden gevoerd, zegt Ebadi. Zij moeten overtuigd worden, hun cultuur aanpassen en opkomen voor hun rechten. Geen mensenrechten op islamleest geschoeid, maar de universele mensenrechten. Want islam valt perfect te rijmen met mensenrechten, weet Ebadi.
'Slumdog Millionaire' is blijkbaar voer voor discussie. De film werd door de meeste filmcritici op gejuich onthaald. De prent reef talrijke prijzen in de wacht. Afgelopen weekend nog acht Oscars. Maar in India en bij de Indische diaspora is er ook harde kritiek op 'Slumdog Millionaire'.
De film vertelt het verhaal van een moslimjongen uit de slums van Mumbai die de grote prijs wint in het televisiespel 'Wie Wordt Miljonair?'. Ook is hij ook smoor op een Indisch meisje. Een niet te ongewoon filmscenario dat zich afspeelt in Mumbai.
Regisseur Danny Boyle haalde de mosterd bij het boek Q&A van de Indische auteur Vikas Swarup en deed ook inspiratie op uit talrijke Bollywoodfilms.
Maar niet iedereen is dus opgetogen over 'Slumdog Millionaire'. Dat de originele Bollywoodfilms 'beter' zouden zijn dan de kopie, is daarbij de zachtste kritiek.
Hond
Bij heel wat Indiërs is de titel al in het verkeerde keelgat geschoten. 'Hond' is een zeer grof verwijt. Het woord 'slumdog' wordt ook zo gebruikt in de film; als een verwijt. Jamal bevindt zich op het politiebureau en de agenten hebben -op dat ogenblik- weinig respect voor de jongen. Maar nergens in de langspeelfilm wordt een negatief oordeel geveld over de inwoners van de slum.
Dharavi
Ook het het woord 'slum' botst op kritiek. 'Slum' verwijst naar de sloppenwijken in en rond Mumbai, waar de kleine Jamal opgroeit. Maar 'slum' zou te negatief klinken. Dharavi, de plaatst die in 'Slumdog Millionaire' wordt uitgebeeld, is meer dan enkel een hoopje armoezaaiers die samenwonen, benadrukken ontwikkelingsorganisaties.
Het geheel is immers veel complexer. Het is er veilig, de mensen leven er zonder al te veel problemen in gemeenschap en de inwoners hebben uit bittere noodzaak een degelijk recyclage en informeel economisch systeem op poten gezet.
Sommige ngo's schuiven Dharavi bijna als voorbeeld naar voren.
Verder op dit thema bordurend, wordt de hele film soms als 'armoedeporno' omschreven. De klassieke kijk van Westerlingen naar zogezegd minder ontwikkelde landen, zeg maar. En tegelijkertijd een grof geld aan verdienen.
Boyle hangt geen fraai beeld van India op. Naast de sloppenwijken is er het bedelen, de prostitutie, het aftroggelen van geld en de misdaad. Maar 'armoedeporno'? De armoede komt aan bod en is er netjes in verwerkt, maar ik heb nooit met een dégout naar de film gekeken.
En ja, de filmmakers verdienen sloten geld met deze prent. Maar zij hebben wel een risico genomen, want 'Slumdog Millionaire' is geen voorspeld kassucces, zoals een zoveelste Blade of Die Hard. Met relatief weinig middelen hebben ze een degelijke Hollywoodproductie neergezet.
Aan de andere kant heb je dan weer critici die vinden dat het leven in de sloppenwijken veel te mooi wordt voorgesteld...
Indiërs betreuren de vele cliché's in de film. De Taj Mahal, de grote kloof tussen arm en rijk, de telemarketeers, de chaos, het uitbranden van de ogen met zuur, toeristen die bestolen worden, etcetera. Ook het sprookje en het eindeloze optimisme valt niet altijd in goede aarde. Net zomin als de plotselinge kennis van het Engels, halfweg de film.
Maar de auteur van het boek waarop de film gebasseerd is, is een andere mening toegedaan. Hij is grotendeels blij met het resultaat. Hij geeft toe dat het boek genuanceerder is, maar het optimisme zou hij niet uit de film schrappen.
Oh ja, en nog een huizenhoog cliché: het boek is natuurlijk beter dan de film. Dat moest Salman Rushdie toch even kwijt.
Een Amerikaanse professor, Amresh Sinha, merkt op dat de protesten in India ook gevoed worden door anti-Westerse sentimenten en door de conservatieve kijk van lokale moraalridders. En politiek. De betogingen en het gejoel in India moeten immers stemmen opleveren. Stemmen uit de sloppenwijken voor extreem-rechts, want de voorbije jaren is hun aanhang er verkleind.
Ook religie speelt een rol. Zo vragen sommige hindoes zich af waarom de filmploeg het religieus geweld tussen moslims en hindoes in de prent opneemt. Het betoog van de hindoe-extremisten gaat nog een stapje verder. Hoe kan een moslimjongen überhaupt overeenkomen met een hindoemeisje, vragen ze zich af. De Hindu Janajagruti Samiti noemt dit een complot van het Westen tegen de hindoes.
Een moslim die succes heeft in India, dat kan niet of is op zijn minst ongewoon, vinden blijkbaar een aantal hindoes. Bovendien kent Jamal bijna alle antwoorden op de vragen omdat hij er mee geconfronteerd werd na hindoegeweld.
Acteurs
En als laatste groep die kritiek zouden kunnen hebben, zijn de acteurs zelf. De kindacteurs, uit een lokale sloppenwijk geplukt, werden naar Westerse maatstaven slecht betaald. Maar vergeleken met de leefomstandigheden in de sloppenwijken van Mumbai verdienden ze wel drie keer als gemiddeld. Ze genieten ook van een fonds.
De choreografie van de dans op het einde van de film is van de hand van Longinus Fernandes. De naam van de man staat niet in de aftiteling. Een vergetelheid die Boyle tijdens de Oscars heeft rechtgezet.
Met succes bepaalt Joods Actueel de agenda in Vlaanderen. Ditmaal richt het weekblad zijn pijlen op een item in het Eén-programma 'Man bijt hond'. Hoe ironisch, de joden kunnen niet lachen met de spot die gedreven wordt met hun lichtgeraaktheid.
Joods Actueel reageert met een filmpje waarin de instellingen waarop de joden nog niet boos zijn, worden opgelijst. Leuk, maar hieruit afleiden dat Joods Actueel kan 'lachen' met de praktijken aan de Reyerslaan; neen, dat kan je niet.
Opinieblad
Joods Actueel, gelanceerd in januari 2007, heeft niet enkel de nobele doelstelling de circa 70.000 joden in België te informeren. Het weekblad wil ook de joodse en Israëlische belangen behartigen. Want, zo luidt het bij de redactie van Joods Actueel, Vlaanderen krijgt een te eenzijdig, negatief gekleurd beeld van Israël en de joden.
Ze viseren met hun kritiek vooral de media, de Palestijnse lobbygroepen, politici en de ngo's. En met succes. De gevestigde waarden in Vlaanderen hadden al voor 2007 alle begrip voor Israël en de moeilijke positie waarin de joden zich zouden bevinden. Dat is nu versterkt.
Het waanbeeld van een pro-Palestijns Vlaanderen waar volop gelachen wordt met de joden wordt verspreid door de hedendaags politiek correcte, invloedrijke rechtse conservatieve klasse, maar is fout. De berichtgeving over het Midden-Oosten is niet anti-Israël. Helemaal niet, Israël bepaalt wat we zien. Enkel in sommige opiniestukken drijft wat kritiek naar boven (maar wie lijst die stukken?). Politici, links en rechts, begrijpen Israël. De joodse gemeenschap mag in Vlaanderen rekenen op speciale faciliteiten, bescherming en een zachte, verzorgende hand.
Voor een opinieblad met een oplage van zo'n 10.000 exemplaren slaagt Joods Actueel er wonderwel in om de agenda in Vlaanderen te bepalen en de vrije meningsuiting aan banden te leggen.
De werkwijze van het blad is telkens dezelfde: pik er een grote, controversiële naam uit het politieke- of medialandschap, geef de primeur door aan één krant of magazine die gelezen wordt op elke redactie (De Standaard, De Morgen, Knack), word gesteund door een of meerdere pleitbezorgers van de joodse zaak die dicht bij de bevolking staan (Patrick Janssens, Claude Marinower, Ludo Van Campenhout, etc), speel indien mogelijk het politieke spelletje mee (conservatief versus progressief, etc) en hou het potje de daaropvolgende dagen warm.
Joods Actueel slaagde er bijna in een minister (Bert Anciaux) tot ontslag te dwingen en zaaide verdeeldheid in de Vlaamse regering. Een partijvoorzitter (Bart De Wever) en talloze politici moesten zich publiek verontschuldigen. Het weekblad heeft de grenzen van humor in Vlaanderen bepaald (Alex Agnew, Philippe Geubels, Man bijt hond). Volgens Joods Actueel hangt er net geen hakenkruis aan het VRT-gebouw (Man bijt hond², Plat Préféré, Thomas Desoete). De inburgeringscursussen zouden niet stroken met sommige joodse gewoontes. En dan is er nog de Palestijns-Israëlische oorlog waar de Israëlische kant van de zaak door geen enkele krant goed zou worden belicht.
Vanzelfsprekend zijn er grenzen. Maar ik denk dat de bestaande wetgeving voldoet om die grenzen te bepalen. Dat vermanend vingertje en het bijhorend vergrootglas van Joods Actueel is lobbywerk, en dat beseffen de Vlaamse media te weinig.
Wanneer is een feest geslaagd? Zoveel factoren spelen een rol. Je hebt de vrienden - of afwezigheid ervan - die een rol spelen. Het alcoholpercentage in je bloed, dat ook. De drugs. De aangesneden onderwerpen. De uitgelatenheid van de andere feestneuzen. De schone verschijningen. En natuurlijk, de muziek.
Maar een perfecte dj-set zet daarom nog geen zaal in lichterlaaie. Levende legende Jeff Mills serveerde afgelopen weekend op Les Trans Ardentes in Luik een superdegelijke set zonder fouten en niet eentonig. De set was professioneel, misschien iets té, want het klonk allemaal zo überperfect.
Toch voelde de zaal zich niet geroepen om de handen in de lucht te gooien, luid te juichen en met de voeten te stampen.
Cosmic Twins
Cosmic Twins, aka François K. en Derrick May, konden daarentegen hetzelfde publiek wel in beweging brengen. Wat hadden zij meer dan Jeff Mills? Een vibe, een groove. "Ca claque", verwoorde een Luikenaar de magische sfeer.
Niet dat de Cosmic Twins de harde beats bovenhaalden. Neen, ze gingen op het elan van Jeff Mills verder. Die heeft in vergelijking met vijf of zes jaar terug ook het aantal bpm's teruggeschroefd en zorgt al lang niet meer voor een overstroming aan denderende bastonen. Integendeel, toen speelde hij slordig, maar er zat leven in zijn set. Afgelopen weekend klonk het wat wee.
Cosmic Twins zijn de Fransman François K en de Amerikaan Derrick May. Die laatste is een van de grondleggers van Detroit techno en de man achter de wereldhit 'Strings Of Life'; uit de jaren tachtig maar de remixen doen het nog altijd goed op de dansvloer.
François K., wat staat voor Kevorkian, wordt de voorvader van house genoemd. De Fransman maakte furore in de befaamde New Yorkse club Studio 54, heeft een succesvolle studiocarrière achter de rug, maakte ontelbare remixes en is sinds 2002 op pad samen met Derrick May.
Het duo brengt house en techno samen, de twee grote stromingen uit het wereldje van de elektronische muziek, verschillend maar met dezelfde roots. Want het is net een Derrick May die, in Detroit, aan house een technotintje gaf door de nadruk te leggen op de monotone beats, drummachines, robotgeluiden en de eeuwige drang om vooruit te gaan. House is emotioneler, gevoeliger en heeft veel meer ruimte voor melodie en zang.
Met dat in het achterhoofd kan je ongeveer voorstellen wat een set van Cosmic Twins klinkt: een degelijk pompende beat, met af en toe een wat meer melodieuze track, lyrics en computergeluiden.
Het mooie aan de set van Cosmic Twins in Luik was het plezier dat François K. en Derrick May zichtbaar hadden. Bovendien gingen ze niet voor zekerheid. Ze lieten geluiden botsen, zetten af en toe een scratch, plaatsten een cut, experimenteerden met een sample of een effect, improviseerden met de groove en gingen soms de mist in. Maar de talloze keren dat die specialletjes wel lukten, was het groots plezier.
't Zijn de jongsten niet meer. Ze konden evengoed teren op hun naam, drie uur lang plaatjes aan elkaar rijgen zonder meer, de cheque incasseren en terug naar huis vliegen.
Gelukkig deden ze dat niet. Ze lieten die vele jonge gasten proeven van de uitgebreide waaier aan aroma's van house en techno, doken het rijke verleden in en blikten naar de toekomst, gaven hun collega's het nakijken met al hun tricks en bekeerden zonder twijfel een aantal jongeren tot de elektronische muziek.
Ik heb lang getwijfeld. Zou ik iets neerpennen, of is stilte meer gepast?
Het drama in een kinderdagverblijf in Dendermonde heeft het land door elkaar geschud. Een 20-jarige buurtbewoner trok vrijdagochtend op een moordende tocht door Sint-Gillis-Dendermonde. Hij stak twee jongetjes neer, doodde een begeleidster en verwonde 12 andere personen. Tegelijkertijd liet hij een heleboel andere mensen met een trauma achter.
Waarom? De ondervraging verloopt uiterst moeizaam. Bovendien was de man niet onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen. Hij werd niet behandeld voor een of andere psychiatrische aandoening. Hij is geen mentaal gehandicapte. Hij kwam nog nooit in aanraking met het gerecht. Hij komt ook niet uit de brousse, maar is Dendermondenaar. We kunnen hem niet in een hokje opsluiten en onszelf troosten met de wetenschap dat-ie 'anders' was.
Woede, onbegrip, afschuw, machteloosheid. Hoe moet je op dergelijke feiten reageren? Wat zeg je aan de ouders van de slachtoffers? Ik weet het niet.
Maar dit vreselijk drama roept ook de rauwe kantjes van de mens naar boven. Een tweede siddering jaagt zich door mijn lichaam als ik denk aan de vele reacties die ik - vaak niet eens anoniem - op het internet las.
De dader villen, hem folteren, verpulveren, langzaam laten doodbloeden, verminken tot hij bijna dood is, hem aan flarden schieten, vierendelen, stenigen, de bijl bovenhalen, de kogel, opknopen...
De emotie van het moment? Misschien. Maar de roep om de doodstraf klinkt te luid om zomaar als 'emoties' weg te wuiven. Als 'het volk' zijn zeg kreeg, werd na deze drie moorden nog een grootse lynchpartij georganiseerd.
Geen oplossing
De doodstraf is geen oplossing. Zal het nooit zijn. In geen enkele situatie. Ik zet me al jarenlang in tegen de doodstraf. En nu de roep zo dicht bij huis ontstaat, ga ik niet van mening wijzigen.
Ik zeg niet dat straffen niet nodig zijn. België is een rechtstaat en de betrokkene zal gestraft worden. Maar een mens doden is een brug te ver. Waarom?
De doodstraf brengt geen troost. De drie vermoorde personen komen er niet door terug, de kinderkamer van de getroffen ouders blijft even leeg. Er is even die roes van wraak...
De doodstraf werkt ook niet afschrikwekkend. Dat blijkt uit talrijk onderzoek. Zou deze man, die ze duidelijk niet meer op een rij heeft, anders gehandeld hebben omdat hij ter dood zou worden veroordeeld?
De doodstraf is wraak, terwijl straffen in een rechtstaat andere doelstellingen hebben: de dader aangeven dat hij fout was en terug op het juiste pad brengen en een voorbeeld stellen voor de samenleving.
De doodstraf schakelt inderdaad toekomstige misdaden uit, maar dit is dan toch wel een zeer drastische maatregel. Dit argument pro-doodstraf is wel in strijd met een rechtstaat, want een straf houdt enkel rekening met gedane misdaden. Met deze straf wil je nog niet gepleegde misdaden tegen gaan.
De doodstraf is onomkeerbaar. In deze zaak is de dader duidelijk, maar dat is niet altijd zo. Bovendien worden de zwakkeren van de samenleving vaker bestraft met de doodstraf, dan de meer begoeden.
Begrijpen wat deze jongeman bezielde toen hij vrijdagochtend het kinderdagverblijf binnenstapte, zullen we nooit. Misschien had ik beter niets neergeschreven en denk je 'nou, heeft die gast niets anders om zich over op te jagen?'.
Veel moed en sterkte gewenst aan de ouders, familie, vrienden en kenissen van de slachtoffers. Zondag wordt een optocht door Sint-Gillis georganiseerd.
Moeilijke tijden, crises alom, pessimisme en een bedreigde wereldspeler. Toch koos president Barack Hussein Obama voor een hoopvolle inauguratietoespraak met perspectief en warmte.
De uiteenzetting van de kersverse Amerikaanse president was ook een sterk staaltje maatschappijkritiek. Hij wees de Amerikanen op hun plichten, waarschuwde dat hij het mirakel niet alleen kan doen geschieden en plaatste iedereen voor zijn verantwoordelijkheden.
Levenswijsheden
In zijn speech bespeelde Obama thema's die bepalend waren in zijn leven. Hij grijpt vooral terug naar zijn periode als vrijwillig straathoekwerker in Chicago. Daar leerde hij het belang van 'service' in een maatschappij, zag dat heel veel mensen het niet breed hebben, motiveerde hij wijken om hun onmacht niet te aanvaarden en ging hij de confrontatie aan met cynici en criticasters.
In diezelfde wijken leerde hij om samen te werken, ook met de vijand en de moeilijke jongens. Obama heeft een visie, maar wil die niet doorduwen. Hij wil iedereen van het nut overtuigen en er dan samen aan werken. Of die wijkaanpak ook op wereldschaal zal werken, zullen we de komende vier jaar zien.
De 'eenheid' die in zijn speech vaak voorkomt, haalt hij dus niet aan omdat het bon ton zou zijn, maar omdat hij er ook rotsvast in gelooft.
Gelijkheid is een ander belangrijk strijdpunt van Obama. Vanwege zijn zwart zijn, maar ook omdat hij weet dat een land enkel verliest wanneer verdeeldheid wordt gezaaid met kleur, taal, afkomst of religie.
De meest gebruike woorden in de speech van Obama, via Wordle
Doorzetters
Obama heeft de historische speech het voorbije weekend zelf geschreven, na langdurig beraad met zijn team. Hij nam de voorbije weken de speeches door van onder andere John Kennedy, Ronald Reagan, Franklin D. Roosevelt en Abraham Lincoln.
In de eerste zinnen geeft hij onmiddellijk al mee wat zijn boodschap is: het zijn donkere tijden, maar wij kunnen samen de moeilijkheden overwinnen, zonder onze normen en waarden los te laten. Indirect wijst hij de Amerikanen op hun verantwoordelijkheid om niet bij de pakken te blijven zitten of in een hoekje te gaan huilen, maar de verandering door te voeren.
Yet, every so often the oath is taken amidst gathering clouds and raging storms.
At these moments, America has carried on not simply because of the skill or vision of those in high office, but because we, the people, have remained faithful to the ideals of our forbearers, and true to our founding documents.
Hij confronteert de Amerikanen ook met de crises en plaats een spiegel voor hun neus. De uiteenzetting is hard en to the point. Wie in deze entertainmenttijden een inhoudsloos hoera-bericht had verwacht kwam (gelukkig) bedrogen uit.
Obama verzekert de Verenigde Staten dat de crises bezweerd zullen worden. Maar dan moet Amerika zichzelf opnieuw uitvinden. Opnieuw een grote wereldmacht worden. Eentje waar hard gewerkt wordt en minder populaire maatregelen niet worden geschuwd.
'Remaking America', zo omschrijft Obama de uitdaging. Daarmee heeft hij zijn 'change'-thema op tafel gegooid. De nieuwe Amerikaanse president wil een nieuw Amerika boetseren en bij die taak rekent hij op de inzet van alle Amerikanen.
In reaffirming the greatness of our nation, we understand that greatness is never a given. It must be earned. Our journey has never been one of short-cuts or settling for less. It has not been the path for the faint-hearted - for those who prefer leisure over work, or seek only the pleasures of riches and fame. Rather, it has been the risk-takers, the doers, the makers of things - some celebrated but more often men and women obscure in their labour, who have carried us up the long, rugged path towards prosperity and freedom.
[...] But our time of standing pat, of protecting narrow interests and putting off unpleasant decisions - that time has surely passed. Starting today, we must pick ourselves up, dust ourselves off, and begin again the work of remaking America.
Hij geeft ook onmiddellijk een eerste aanzet van zijn agenda: grote overheidswerken, een frisse wind doorheen de economische ethiek laten waaien, de gezondheidszorg en het onderwijs verbeteren en zorgen in de eigen energiebehoeften met traditionele en nieuwe energievormen.
Criticasters -de conservatieven en extreem-linksen- geeft hij meteen antwoord. Obama gaat voor zijn versie van 'goed bestuur' en 'gezond verstand'. De vrije markt blijft de beste economische vorm, maar nu slaat die markt tilt. Rijkdom hoort in een land, maar moet iedereen bereiken. Overheden en subsidies zijn nodig, maar moeten goed beheerd worden.
George W. Bush
As for our common defence, we reject as false the choice between our safety and our ideals. Our founding fathers, faced with perils we can scarcely imagine, drafted a charter to assure the rule of law and the rights of man, a charter expanded by the blood of generations. Those ideals still light the world, and we will not give them up for expedience's sake.
Het beleid van zijn voorganger George W. Bush werd helemaal onderuit gehaald eens Obama het had over defensie en buitenlands beleid. De schande van Guantanamo kan hij niet aanvaarden. Ook wil hij geen wig door de wereld drijven. De as van het kwaad, de 'Coalition of the Willing' en de uitspraak "Either you are with us, or you are with the terrorists" worden door Obama's woorden in vraag gesteld.
And so to all other peoples and governments who are watching today, from the grandest capitals to the small village where my father was born: know that America is a friend of each nation and every man, woman, and child who seeks a future of peace and dignity, and we are ready to lead once more.
De nieuwe president geeft ook aan dat er een andere weg is dan een ruwe oorlog. Het vormen van allianties en het overtuigen van volkeren zijn een evengoed wapen in de strijd. Bovendien benadrukt Obama dat de Verenigde Staten zijn waarden en normen moet respecteren, ook in oorlogen en conflicten met terroristen.
They understood that our power alone cannot protect us, nor does it entitle us to do as we please. Instead, they knew that our power grows through its prudent use; our security emanates from the justness of our cause, the force of our example, the tempering qualities of humility and restraint.
Multicultureel
Onmiddellijk geeft Obama de wereld een voorbeeld naar hetwelke ze kunnen opkijken. En roept hij de Amerikanen op om hun voorbeeldfunctie op te nemen -omdat Obama ook wel weet dat er in zijn thuisland nog heel wat werk aan de winkel is.
De nieuwbakken president speecht dat de Verenigde Staten meer coöperatie en begrip tussen naties verwacht. De visie van de extremisten en terroristen deelt hij niet. Want, zo weet Obama, een lappendeken qua religie, taal, afkomst, etcetera is een meerwaarde.
We are a nation of Christians and Muslims, Jews and Hindus - and non-believers. We are shaped by every language and culture, drawn from every end of this earth; and because we have tasted the bitter swill of civil war and segregation, and emerged from that dark chapter stronger and more united, we cannot help but believe that the old hatreds shall someday pass; that the lines of tribe shall soon dissolve; that as the world grows smaller, our common humanity shall reveal itself; and that America must play its role in ushering in a new era of peace.
De wereld wordt ook rechtstreeks aangesproken. Obama vraagt meer respect in de moslimwereld, minder corruptie, meer aandacht voor de arme landen en geen onverschilligheid meer in het rijke noorden.
And to those nations like ours that enjoy relative plenty, we say we can no longer afford indifference to suffering outside our borders; nor can we consume the world's resources without regard to effect. For the world has changed, and we must change with it.
Inzet
De plicht roept. Obama haalt het voorbeeld aan van de Amerikaanse soldaat die zijn plicht in het verre buitenland vervult, omdat hij of zij gelooft in de Amerikaanse waarden en normen en daar zelfs zijn/haar leven voor wil geven. De soldaat denkt niet enkel aan zichzelf.
Die inzet die verder reikt dan de eigen portefeuille of het eigen goedvoelen; die inzet vraagt Obama nu ook van elke Amerikaan. Want de overheid kan niet alles oplossen, voegt de Amerikaanse president er aan toe.
Obama wijst elke Amerikaan op zijn verantwoordelijkheid. Hij wijst hen op zijn plichten. Verplichtingen die geen zware opdrachten mogen zijn, omdat ze nu eenmaal voortvloeien uit de waarden van de Verenigde Staten: eerlijkheid en hard werken, moed en fair play, tolerantie en nieuwsgierigheid, loyauteit en vaderlandslievendheid.
What is required of us now is a new era of responsibility - a recognition, on the part of every American, that we have duties to ourselves, our nation, and the world, duties that we do not grudgingly accept but rather seize gladly, firm in the knowledge that there is nothing so satisfying to the spirit, so defining of our character, than giving our all to a difficult task.
Winter
Obama sluit af met een verwijzing naar de geboorte van de Verenigde Staten. Ook toen was het geen leuke tijd. Er heerste oorlog, de winter was bitter koud, de vijand boekte overwinningen. Maar toch, in die crisissfeer, riep George Washington op tot samenhorigheid en hoop.
Maar toen had Obama de mooiste uitspraak van zijn hele speech eigenlijk al net gedaan. Hij refereerde op een prachtige manier naar zichzelf, een zwarte president in het Witte Huis.
This is the meaning of our liberty and our creed - why men and women and children of every race and every faith can join in celebration across this magnificent mall, and why a man whose father less than 60 years ago might not have been served at a local restaurant can now stand before you to take a most sacred oath.
Het schilderwerk van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Y.Z. Kami -in 1956 geboren in Teheran- is sterk beïnvloed door de Perzische poëet en filosoof Rumi. Kami bestudeerde jarenlang het leven en werk van Rumi. Die kennis sijpelt in zijn kunstwerken door.
Rumi, een middeleeuwse religieus filosoof en grondlegger van het soefisme, zwerfde jarenlang door het Midden-Oosten op zoek naar een beter begrip van het aardse en het spirituele leven.
Hoe bereik ik God, vroeg Rumi zich af. Het verlangen uit zich in een proces waarbij hij of zij zich naar de waarheid keert en het ego afzweert om opnieuw -via liefde- tot God terug te komen. De zoeker komt volwassen uit dat proces, dat vaak in wervelende symboliek wordt vervat.
Kunst is een perfecte katalysator voor dit proces, vond Rumi. Aan zijn religieuze school zette hij zijn leerlingen daarom aan om via muziek, poëzie en dans God te bereiken.
Endless Prayers
Kami vertaalt Rumi's filosofie het sterkst in de reeks 'Endless Prayers', collages van snippers uit Arabisch boeken. De snippers vormen cirkels. Een verwijzing naar de wervelingen van Rumi, die misschien het best gekend zijn uit de dansen van de Dervishen. Voor de vormgeving van de collagewerken put hij ook uit de islamitische architectuur voor koepels.
Endless Prayers III
Naast de Endless Prayers duikt Rumi ook op in andere werken. Kami gaf een kunstwerk bijvoorbeeld de titel 'Konya', de naam van de stad waar Rumi zijn laatste jaren doorbracht, overleed en waar vandaag nog zijn indrukwekkend mausoleum staat. Konya is een collage, vijf meter op zes meter, van met olieverf geschilderde portretten en foto's uit het Midden-Oosten.
Een gelijkaardig kunstwerk is 'Dry Land'. Ook hier combineert hij architectuur met portretten. Maar ditmaal werden de meeste foto's in Detroit gemaakt. De beelden van verlaten industrieterreinen en lege muren zijn grauw en triestig. Zo voelde Kami de 'Motor City' aan. Hij was toen ook in een depressie verzeild geraakt.
De portretten zijn dan weer inwoners van zijn thuisstad New York, vaak oude mensen die harde levens hebben geleid. Hij schildert hen zoals ze zijn. Er zit geen gevoel in, ze staren ook niet naar de bezoeker. De portretten hebben ofwel de ogen dicht of kijken in het diepe niets. Zijn schilderwerk is onscherp, alsof er te mat glas tussen de kijker en de portretten hangt.
Dry Land
Portretten
Maar de kunstwerken die het het meest in het oog springen tijdens de tentoonstelling in de Londense gallerie Parasol Unit zijn de portretten. Ze meten drie meter op twee meter en worden volledig ingenomen door het portret. Geen achtergrond, geen andere akkefietjes, enkel de afgebeelde persoon, vaak gewone mensen die hij van op de straat plukte.
The Gardener
Hij stopt ook in deze portretten, net als in de gebruikte portretten in Dry Land, geen gevoel. Het geeft een dubbel gevoel. Enerzijds verzet je je zich. Hier klopt iets niet, denk je. Maar tegelijkertijd verlies je je ook in het werk. Je wordt door de afgebeelde persoon helemaal opgeslorpt.
Voor de eigenzinnige schildertechniek haalt hij inspiratie uit de fayums, de levensechte portretten die op de mummies werden geplaatst. Ook zij zijn waarheidsgetrouw en stralen geen gevoelens uit.
De schildertechniek is nauw verbonden met die van de fresco's. Hij maakt een speciale oppervlakte klaar waarop hij met olieverf het portret schildert. De verf wordt in het oppervlakte getrokken. Vandaar het wazige effect.
Nog tot 11 februari 2009 in Parasol Unit, 14 Wharf Road, Islington, Londen (metro: Angel). Foto's: Parasol Unit.
Terug van een uitje naar Londen (foto's op Flickr). Het was me alweer een belevenis. Op tien meter van Will Smith gestaan, een brandalarm die midden in de nacht afgaat, tegengehouden en grondig gefouilleerd door de politie in een Ungergroundstation en -hoogst waarschijnlijk- de allerlaatste keer door de gebouwen van de legendarische platenzaak Tower Records, tot voor enkele dagen Zavvi en voorheen Virgin Records, gewandeld.
Een driedaagse. Zonder echte voorbereiding, want pas vorige zaterdag beslist om enkele dagen aan de andere kant van het Kanaal door te brengen. Snel, snel de nachtboot reserveren, het hotel boeken en klaar voor het avontuur.
't Heeft zo zijn voor- en nadelen; halsoverkop vertrekken. Je weet niet wat je te wachten staat en dat maakt het toch spannend. Wie weet bots je op iets unieks. Maar tegelijkertijd kan je net alles missen wat net 'talk of the town' is.
De wintertijd is niet echt de ideale tijd van het jaar om lange wandelingen te maken, zeker niet met die doorweekte schoenen van me. Dan maar mijn toevlucht gezocht tot de Londense musea. Talloze opties, steeds topcollecties en vaak verrassend.
De Rothko-tentoonstelling in Tate Modern mocht de spits afbijten. De curator spitste zich toe op het latere werk van Rothko. Minder kleurrijk, duisterder, maar verfijnder.
British Museum
Dag twee: het British Museum. Hoewel er net een thematentoonstelling liep over Babylon, en straks Iran, nam ik een kijkje naar de vaste collectie. De klassiekers, zeg maar: de indrukwekkende verwezenlijkingen uit de eeerste beschavingen, de enorme artefacten uit Egypte -niet te vergeten de mummies-, het Parthenon uit het klassieke Athene en nog enkele unieke museumstukken, zoals het Japanse samoeraiharnas of de beelden die ook op het Paaseiland staan.
Een dag is te kort om het British Museum te doorgronden.
Y.Z. Kami
De minder doordeweekse keuzes hield ik in petto voor de laatste dag. Ik voelde me al wat meer thuis in de miljoenenstad en durfde al eens iets in het Engels te vragen.
Niet ver van het metrostation Angel -prachtige naam, toch-, in de wijk Islington, staat de gallerie Parasol Unit. Het gebouw is een oud fabriekspand en werd enkele jaren geleden met succes onder handen genomen. Sindsdien herbergt het gratis expo's en plaatst het beloftevolle hedendaagse kunstenaars in de schijnwerpers.
De Amerikaans-Iraanse kunstenaar Y. Z. Kami stelde er zijn werk tentoon: enorme portretten van doorsnee mensen, de 'endless prayers' en fotocollages. De kunstenaar was me tot voor kort onbekend, maar hij heeft me overtuigd met zijn werk, niet met zijn naam.
Wellcome Collection
Later op de dag ging ik naar het Wellcome museum aan Euston Square, een buitenbeentje. Het museum is een initiatief van The Wellcome Trust die geld pompt in biomedisch onderzoek. De vaste collectie put uit de verzameling van Henry Wellcome. In de tijdelijke expo's worden curatoren uitgedaagd om de nogal rare smaak -alles wat van dicht of ver met geneeskunde te maken heeft- van Wellcome met hedendaagse thema's en moderne kunst te combineren. Zo ging het Wellcome museum dieper in op de medische kant van oorlogsvoering: War + Medicine. Gewaagd, en geslaagd.
De komende dagen mag je een blog verwachten over Kami's werk en het Wellcome museum.